Is mijn club belangrijker dan mijn kind.

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Enkele weken geleden las ik via de bekende sociale media een boeiend verhaal. Een herkenbaar verhaal over hoe het er in het amateurvoetbal te veelvuldig aan toe gaat. Het verhaal was geschreven door Henk Doppenberg. Via Google was Henk Doppenberg snel gevonden en voor mij als liefhebber van het amateurvoetbal opende zich een speelgoedwinkel. Een speelgoedwinkel in de vorm van een website met o.a. fictieve voetbalverhalen die allemaal op de tegenwoordige tijd geplaatst kunnen worden. Ik besloot er een mailtje aan te wagen om in contact te komen met Henk die, zo bleek op zijn website www. henk-doppenberg.nl, ook een vijftiger bleek te zijn. Al snel kwam er antwoord op mijn vraag of Puurvoetbalonline zijn verhalen mocht publiceren waarbij bronvermelding een vanzelfsprekendheid was. Het antwoord van Henk was positief en vandaar dat ik met regelmaat een verhaal van Henk zal publiceren. Verhalen die allemaal letterlijk uit het 'voetbal' leven zijn gegrepen zoals ook deze met als titel: Is mijn club belangrijker dan mijn kind,


Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

'Papa, mag ik op voetballen?'
'Natuurlijk jongen. Dat weet je toch? Ik moet vanavond toevallig naar DOS, dan geef ik je gelijk op.'
 'Ik wil niet naar DOS, maar met mijn vriendjes naar NOAD.'
'Kelvin, wat maak je me nou? Je gaat toch bij mijn club voetballen? Vind je het daar niet leuk?'
 'Jawel, maar Patrick en Ramon gaan ook naar NOAD.'
 'Dan vraag je maar of zij bij DOS komen spelen.'
 'Dat zullen ze wel niet doen, want hun vaders vinden jouw club niet zo leuk.'
 'Nou, ik vind hun club helemaal niets. Waarom moet je trouwens persé met je vriendjes voetballen? Bij DOS lopen ook genoeg aardige kinderen hoor.'
 'Kan wel, maar wij willen graag met z'n drietjes voetballen.'
 'Dan komen ze maar bij DOS.'
 'Mag ik echt niet naar NOAD, pap.'
 'Nee.'
 Het jochie zegt niets meer, maar loopt met een kleur als vuur naar boven. Zijn moeder, die het gesprek tussen vader en zoon ook gehoord heeft, komt bij haar man aan tafel zitten.
'Nu hebben we een probleem.'
'Dat zal best, want Kelvin gaat niet bij NOAD voetballen.'
 'En als hij dat dan graag wil?'
'Dan heeft hij pech, want ik wil niet dat mijn zoon bij die verschrikkelijke club gaat voetballen.'
 'Waarom heb je zo'n hekel aan hen?'
 'Omdat die wijsneuzen daar denken dat ze het voetballen uitgevonden hebben en in ieder geval veel beter zijn dan DOS.'
 'Ze zijn toch ook groter en spelen veel hoger.'
 'Dat maakt ze geen betere club. Als ze in hun eerste niet allemaal jongens van buitenaf hadden, speelden ze zeker een paar klassen lager.'
 'Overdrijf je nu niet een beetje?'
'Echt niet.'
 Omdat Tjeerd over een uur bij DOS moet zijn, besluit hij het gesprek met zijn vrouw te staken en zich te gaan douchen. Als hij boven komt en zijn zoontje Kelvin met een triest gezicht op bed ziet zitten, krijgt hij enorm veel medelijden met het ventje en baalt hij verschrikkelijk van zichzelf dat hij de jongen geen toestemming heeft gegeven om bij zijn vriendjes te gaan voetballen. Even denkt hij zelfs om maar op zijn besluit terug te komen. Wanneer hij opeens denkt aan al het commentaar dat hij zal krijgen als hij zijn zoon naar NOAD, de grootste concurrent van zijn eigen club, zal laten gaan, besluit hij echter toch door te zetten en zijn zoontje naar DOS te sturen. Al blijven de verdrietige ogen van het ventje hem voortdurend aankijken en ontzettend veel pijn doen.

Het zit hem zelfs zo hoog, dat hij er bij DOS gelijk met zijn collega van de sponsorcommissie over begint. 'Mijn zoontje heeft me straks de schrik van m'n leven bezorgd.'
'Wat dan?'
'Hij kwam met de verpletterende boodschap dat hij op voetbal wilde.'
'Dat is toch geen ramp. We kunnen hier altijd leden gebruiken.'
'Ja, ik was ook al blij. Tot hij zei dat hij op NOAD wilde.'
 'Jee. Waarom?'
'Vanwege zijn vriendjes.'
 'Kunnen die niet hier komen voetballen?'

'Nee, die vaders zijn op en top NOAD mensen en willen blijkbaar ook niet dat hun zoon bij de concurrent gaat voetballen.'
 'Gaat jouw zoon nu daar voetballen?'
'Ik heb gezegd dat ik het niet wil hebben.'
'En houd je dat vol?'
'Weet ik niet. Aan de ene kant kan ik Kelvin namelijk moeilijk iets weigeren, maar aan de andere kant vind ik NOAD een club van niets. Ik zie me daar ook nog zeker niet tussen al die wijsneuzen lopen.'
 'Wat zegt  je vrouw ervan?'
'Die heeft niets met voetbal en begrijpt al helemaal niet dat ik een bloedhekel aan dat NOAD heb. Plus dat ze het natuurlijk zielig voor die kleine jongen vindt.'
'Ja, dan zit je er mooi mee.'
'Dat bedoel ik.'
 Omdat de andere leden van de sponsorcommissie inmiddels ook zijn gearriveerd, staken de mannen hun gesprek. Tjeerd blijft echter voortdurend aan zijn zoon denken, waardoor het meeste dat vanavond besproken wordt langs hem heen gaat en hij blij is als de vergadering voorbij is en hij naar huis kan. Daar lijkt de ramp echter nog groter te worden, want zijn vrouw zit met een ernstig gezicht aan tafel op hem te wachten.
 'Je moet zo nog even bij Kelvin gaan kijken.'
'Waarom?'
 'Hij heeft de hele avond op bed gelegen, wil niets en was net nog klaarwakker.'
 'Wat moet ik dan tegen hem zeggen?'
 'Dat hij bij NOAD mag gaan voetballen.'
 'Ja, maar dat wil ik niet hebben.'
'Je kunt hem niet dwingen om zonder zijn vriendjes bij DOS te gaan spelen.'
 'Dat kan ik wel, want hij is pas zes.'
 'Tjeerd, denk na. Het gaat om het plezier van die jongen en niet om jouw afkeer van NOAD.'
'Dat kun jij gemakkelijk zeggen, maar ik heb geen zin om me uit te laten lachen omdat mijn zoon bij de concurrent gaat voetballen.'
 'Ik vind dat je dit best voor je zoon over kunt hebben.'
Tjeerd zegt niets meer, maar gaat naar boven en loopt toch naar de slaapkamer van zijn zoontje. Als hij de jongen daar met zijn ogen wijd open en een gezicht vol verdriet ziet liggen, voelt hij zich vreselijk schuldig. Toch kan hij het niet over zijn hart verkrijgen om het ventje zijn zin te geven.
'Moet je niet slapen?'
'Nee, ik ben niet lui.'
 'Anders val je toch ook gelijk in slaap als je naar bed gaat?'
'Dan ben ik niet verdrietig.'
'Vind je het dan echt zo erg dat je niet bij NOAD mag voetballen?'
'Ja, want Patrick en Ramon zijn mijn beste vrienden.'
 'Denk je dat je nooit andere vriendjes zult krijgen?'
'Nee, wij drieën blijven altijd bij elkaar. Mag ik daarom alsjeblieft samen met hen gaan voetballen?'
'Is het goed, dat ik je daar morgenavond als ik thuis kom uit mijn werk antwoord op geef?'
 'Ja, dat is best.'
'Ga je dan nu slapen?'

 'Ik zal het proberen.'
Als Tjeerd even naast zijn zoontje gaat liggen, valt het ventje al snel in slaap. Voor zijn vader wacht echter een zo goed als slapeloze nacht en hij kan wel huilen wanneer hij de volgende ochtend op de ontbijttafel een briefje vindt waarop staat: 'Papa, ik hou van je. Tot vanavond.' Ook ondanks dit, blijft hij echter nog steeds twijfelen. Als hij nooit bij zijn zoontje zou hoeven te gaan kijken, kon het hem nog niet zo heel veel schelen dat hij bij NOAD ging voetballen. Hij wordt alleen dol van wanhoop, als hij zichzelf daar tussen al die clubmensen aan de lijn ziet staan.
Het wordt daarom een verschrikkelijke dag en hij ziet er enorm tegenop om tegen half zes de deuren van de bank te sluiten en naar huis te gaan. Omdat hij natuurlijk niet weg kan blijven, gaat hij toch. Echter met lood in zijn schoenen, want hij weet nog steeds niet wat hij tegen het ventje moet zeggen. Als de jongen met een stralend gezicht bij de garage op hem staat te wachten zou hij dan ook het liefst weer omkeren, maar dat blijkt niet nodig te zijn. Wanneer hij is uitgestapt, verlost de jongen hem namelijk van een heel groot probleem.
 'We gaan niet bij NOAD voetballen, papa.'
'Komen jullie toch bij DOS?'
'Nee, Patrick wil toch liever op judo en daarom gaan Ramon en ik met hem mee. Dat mag toch wel?'
 'Natuurlijk mag dat. Op welke judoclub wil je?'
 'Daar bij die benzinepomp.'
Prima. Zullen we straks meteen maar even gaan kijken?'
 'Ja leuk. Krijg ik dan ook zo'n pak.'
'Natuurlijk. Misschien dat we er straks bij die club meteen wel één kunnen kopen.'
'Dat zou mooi zijn. Mag ik hem dan morgen aan naar school?'
 'Van mij wel.'

 Als Tjeerd vrolijk lachend met zijn arm om de nek van Kelvin binnenkomt, werpt zijn vrouw hem een veelbetekenende blik toe. Hier trekt hij zich echter niets van aan, want zijn probleem is opgelost en dat is hem heel veel waard. Wanneer ze een uurtje later bij de judoclub zijn, krijgt zijn zoontje dan ook meteen het duurste judopak dat er is en hij betaalt tevens meteen voor een jaar de contributie.

 Later thuis heeft hij nog wel een minder leuk gesprek met zijn vrouw, die hem verwijt dat hij meer om DOS dan om zijn zoontje geeft. Hoewel hij heel goed beseft dat ze niet helemaal ongelijk heeft, weet hij zich hier handig onderuit te praten. Hij beweert namelijk bij hoog en bij laag dat hij Kelvin uiteindelijk echt wel toestemming had gegeven om naar NOAD te gaan, maar gewoon enorm van zijn eigen club DOS te houden. Die liefde is een paar dagen later echter opeens voorbij en voorgoed ook. Als hij weer op de vereniging komt, krijgt hij namelijk in een gesprekje van een paar woorden te horen dat zijn aanwezigheid in de sponsorcommissie na bijna tien seizoen niet meer gewenst is. De reden is dat de club een manager van een concurrerende bank aan heeft getrokken omdat men verwacht dat die man de sponsorinkomsten enorm uit zal kunnen breiden. Dit is zo'n klap voor Tjeerd, dat hij direct naar huis gaat en de eerste paar dagen amper aanspreekbaar is. Daarna begint hij echter langzaam te beseffen wat er is gebeurd en krijgt hij er steeds meer spijt van dat hij zijn zoontje wilde verbieden om bij NOAD te gaan voetballen. Gelukkig is het ventje nu verzot op judo en  doet Tjeerd zijn uiterste best om hem daarin zo goed mogelijk te steunen. Hij heeft echter wel geleerd, dat hij nooit meer een vereniging voor zijn gezin moet laten gaan.