Wie wil er nog wat voor de jeugd doen.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 Enkele weken geleden las ik via de bekende sociale media een boeiend verhaal. Een herkenbaar verhaal over hoe het er in het amateurvoetbal te veelvuldig aan toe gaat. Het verhaal was geschreven door Henk Doppenberg. Via Google was Henk Doppenberg snel gevonden en voor mij als liefhebber van het amateurvoetbal opende zich een speelgoedwinkel. Een speelgoedwinkel in de vorm van een website met o.a. fictieve voetbalverhalen die allemaal op de tegenwoordige tijd geplaatst kunnen worden. Ik besloot er een mailtje aan te wagen om in contact te komen met Henk die, zo bleek op zijn website www. henk-doppenberg.nl, ook een vijftiger bleek te zijn. Al snel kwam er antwoord op mijn vraag of Puurvoetbalonline zijn verhalen mocht publiceren waarbij bronvermelding een vanzelfsprekendheid was. Het antwoord van Henk was positief en vandaar dat ik met regelmaat een verhaal van Henk zal publiceren. Verhalen die allemaal letterlijk uit het 'voetbal' leven zijn gegrepen zoals ook deze met als titel: Wie wil er nog wat voor de jeugd doen.
Vanavond heeft de technische commissie van ZSS'23 een speciaal ingelaste vergadering. Ze komen voor het nieuwe seizoen namelijk een flink aantal leiders en trainers tekort en dat probleem zouden ze graag voor hun vakantie nog opgelost zien. Dat zal alleen niet meevallen en daarom opent de voorzitter om bijna tien over half acht met een vrij ernstig gezicht de vergadering.

 'Goedenavond heren. Allemaal heel hartelijk welkom op deze toch wel treurige vergadering. Het is de laatste jaren namelijk nog nooit zo moeilijk geweest om voor elk team in ieder geval één leider en één trainer te krijgen. Grote verenigingen doen er niet zo moeilijk over en halen gewoon een team uit de competitie als er geen begeleiding is, maar daar zijn wij te klein voor. We kunnen namelijk geen enkel lid missen en daarom heb ik jullie vanavond bijeen geroepen om te kijken of we samen nog wat mensen zover kunnen krijgen dat ze iets voor de jeugd gaan doen.'

 De voorzitter kijkt eerst iedereen even aan, maar gaat dan verder.

 'Het grootste probleem lijkt mij leiders voor de B1 en een trainer en leiders voor de C2 te krijgen. Plus dat we voor de D1 ook nog een trainer kunnen gebruiken. Die vader van David wil dat wel alleen gaan doen, maar heeft er liever iemand bij die verstand van voetbal heeft en dat lijkt mij ook een goede zaak. Zij hebben immers een mooi team met een aantal goede voetballers en die jongens moeten we wel bij de club zien te houden.'

 'Verwacht je dan dat ze naar een andere vereniging gaan?'

 'Die kans zit er natuurlijk altijd in, Hans. Als we de jongens een goede trainer aanbieden, zullen ze echter eerder bij ons blijven voetballen dan wanneer we er iemand neerzitten die er helemaal niets van kan.'

 'Je hebt gelijk. Hebben we voor de E en F trouwens wel leiders en trainers genoeg?'

 'Trainers zijn er voldoende, maar leiders niet. Al is dat laatste niet zo'n heel groot probleem. Als we de ouders van de kinderen bij elkaar halen en ze het probleem voorleggen, is er namelijk altijd wel iemand die dat op zich wil nemen.'

Iedereen knikt, want dit zijn ze wel met de voorzitter eens.

'Over de E en F hoeven we ons dus niet zo'n zorgen te maken. Ik zal Esther even vragen om alle ouders uit te nodigen, dan komt dat wel goed. Wie weet er echter iemand voor de andere functies? In ieder geval dus één maar liever twee leiders voor de B1 en C2. Plus trainers voor de C2 en de D1.'

 'Is er niemand van het eerste die wat wil doen?'

 'Misschien wel, maar dan zou het voor de D1 moeten zijn. Die B en C spelen namelijk 's middags en dan moeten die jongens zelf voetballen.'

 Theo knikt een keer.

 'Dat begrijp ik, maar wie moeten  we dan vragen?'

 'Jan Evertsen schijnt een topper te zijn, maar eigenlijk maakt het me niet zoveel uit wie het doet. Die jongens zullen namelijk allemaal wel een team kunnen trainen en wie daar moeite mee denkt te hebben, meldt zich niet aan. Zal ik daarom als voorzitter maar even naar het trainingsveld lopen, want ze zijn nu aan het trainen. Ga jij mee, Hans?'

 'Best.'

 Voorzitter Erik en Hans lopen vol goede moed naar het veld, maar daar krijgen ze een enorme koude douche te verwerken. Als ze de spelers één voor één vragen of ze trainer van de D willen worden, is er namelijk niemand die bereid is om deze functie op zich te nemen. Wel hebben ze allemaal een prachtige smoes klaar, maar daar hebben de heren natuurlijk niets aan. Erik kan het dan ook niet laten om iets van zijn wrevel over het gebrek aan medewerking te laten merken.

 'Jongens, de club mag blij zijn dat jullie nog wel tijd hebben om te trainen en te voetballen, want met die drukke agenda's van jullie lijkt me dat eerlijk gezegd bijna teveel gevraagd. We zullen het ook maar gelijk tegen onze jeugdspelers zeggen dat jullie geen tijd voor hen hebben, want des te minder kans lopen jullie dat je ooit door hen lastiggevallen wordt. Wij zullen jullie echter niet langer storen, want we moeten nog een aantal leiders en trainers zoeken en dat lijkt een hele klus te worden.'

 Als de heren weer teruglopen naar de bestuurskamer, kijkt Hans zijn voorzitter even van opzij aan.

 'Was het nu echt nodig om zo cynisch te doen?'

 'Misschien niet, maar het luchtte wel op. Ik vind het namelijk heel triest dat de heren zo weinig voor hun club overhebben. Ze krijgen voetbalschoenen van de vereniging, elke zaterdag een paar bladen met bier, schalen met hapjes, gaan met een bus naar uitwedstrijden, maar er iets voor terugdoen is blijkbaar teveel gevraagd. En dan die smoezen waar ze mee komen. Tjonge, jonge, wat een leugenaars.'

 'Je hebt gelijk, maar wat moeten we er aan doen?'

 'Wij veranderen er niets aan, maar het hoofdbestuur en die sponsorcommissie moeten die lui eens wat minder gaan verwennen. En die trainer is ook een slapjanus. Hij had die jongens gewoon moeten verplichten om iets te gaan doen, want dat was er niets aan de hand geweest.'

 'Ook dat is waar. Al vraag ik me af of je iets aan trainers hebt die zelf eigenlijk niet willen, maar verplicht worden.'

 'Daar heb jij weer gelijk in.'

 De achtergebleven leden van de technische commissie zien direct aan de gezichten van Erik en Hans dat ze geen goed nieuws hebben.

 'Helaas mannen. Die lui van het eerste zijn te beroerd om iets voor ons te doen. Jammer, maar het is niet anders. We zullen dus verder moeten zoeken. Wie heeft er een idee.'

 'Toen jullie net naar het veld waren, schoot me iets te binnen. Als we Joris uit de A1 nu eens vragen. Die is nog wel vrij jong, maar zit op het CIOS en het is een serieuze knaap. Hij helpt nu Ernst bij de E1, maar wil misschien wel hogerop. Als hij er tenminste tijd voor heeft.'

 'Goed idee, Peter. Ik ga hem direct bellen.'

 De voorzitter heeft nu wel succes en is ook al heel snel klaar met zijn gesprek. Als hij zijn telefoon op tafel heeft gelegd, kijkt hij zijn collega's daarom grijnzend aan.

 'Aan zulke jongens heeft de club wat. Hij is druk met school, heeft nog een baantje, maar maakt toch tijd vrij om twee keer per week die kinderen te trainen en 's zaterdags te begeleiden. Die Joris maakt me echt gelukkig, want straks bij het eerste op dat veld kreeg ik even het gevoel dat wij de enige zijn die ons druk maken voor de jeugd. Al vergeet ik dan natuurlijk het groepje leiders en leiders dat wel altijd klaar staat voor de club. We hebben dus nu alleen de B en de C nog. Wie heeft er nog meer een goed voorstel?'

 Na een kleine stilte, is het weer Peter die iets heeft bedacht.

 'Voor de B1 zouden we die twee moeders kunnen vragen. Ze weten waarschijnlijk niet veel van voetbal, maar ze zijn er altijd en andere kandidaten hebben we gewoon niet. Ik neem aan dat ze niet kunnen en willen vlaggen, maar dat moeten ze dan maar door een reservespeler laten doen. We kunnen namelijk wel blijven zoeken naar een leider die wat van voetbal begrijpt, maar die zitten blijkbaar 's zaterdagsmiddags liever aan de bar.'

 De voorzitter kijkt de kring eens rond en blijkt het helemaal met Peter eens te zijn.

 'Je hebt gelijk. Het ideaalplaatje moeten we laten varen en dat is niet alleen ons probleem, maar van de hele vereniging. Bij de meeste vrijwilligers is de fut er namelijk helemaal uit. Het enige dat ze nog doen is zeuren over een ander, maar daar houdt het wel mee op. Ik weet dat er in het bestuur ook over dit probleem wordt gesproken, maar het zal niet meevallen voor ze om de boel weer enthousiast te krijgen. We hadden het trouwens over die twee moeders. Zal ik ze maar bellen?'

 Als de voorzitter iedereen ziet knikken, pakt hij zijn telefoon en wachten de mannen toch wel een beetje gespannen op wat ze zo te horen krijgen.

 'Met mevrouw Tjolker.'

 'Hallo, met Veeneman van ZSS'23. Ik heb een vraagje. Wij zoeken voor komend seizoen nog twee leiders of leidsters voor de B1 en nu dachten we aan u en mevrouw Roemer.'

Het blijft heel even stil, maar dan antwoordt de duidelijk overrompelde vrouw: 'Dat kunnen wij toch helemaal niet. We hebben ten eerste totaal geen verstand van voetbal, kunnen niet 'grensrechteren' en luisteren die jongens wel naar ons. Ik heb namelijk nog nooit vrouwen gezien als leidsters van die hogere teams.'

 'Ik snap u volkomen mevrouw, maar uw zorgen zijn niet echt nodig. Verstand van voetbal hoeven jullie niet te hebben, want daar is de trainer voor. De reservespelers kunnen om de beurt vlaggen en jullie kinderen luisteren thuis toch ook wel?'

 'Ja, daar mag ik niet over klagen. Hebben jullie trouwens niemand anders die leider wil zijn?'

 'Nee mevrouw, jullie zijn echt onze laatste hoop.'

 'Meent u dat echt?'

 'Honderd procent.'

 'Nou, dan ga ik nu mevrouw Roemer bellen en bel ik u zo terug.'

 'Heel graag.'

 De heren van de technische commissie hoeven niet lang te wachten, want de vrouw belt al snel terug en met goed nieuws. Ze zien er best tegenop om leidster te worden en zouden het ook liever aan een ander overlaten, maar willen de vereniging niet in de steek laten en daarom gaan ze het voor een jaartje proberen. Als de mannen vervolgens een tip krijgen dat drie sportieve vriendinnen van amper 18 jaar wel iets voor de jeugd willen doen, besluiten ze hen te vragen om de C2 te gaan trainen en begeleiden en gelukkig is ook dat een kwestie van één telefoontje.

 Hiermee is de begeleiding voor de jeugdteams definitief voor elkaar en kan iedereen met een opgelucht gevoel op vakantie. Als in het nieuwe seizoen al snel blijkt dat de nieuwe mensen het veel beter doen dan de technische commissie ooit had gehoopt en verwacht, zijn de mannen hier ontzettend blij mee. Wanneer ze in een vergadering zitten met de commissie die het vrijwilligersprobleem binnen de vereniging heeft doorgelicht, komt er echter snel een einde aan hun blijdschap.

 Ze krijgen namelijk te horen dat het teruglopende niveau van de jeugdbegeleiding, onder andere door de aanwezigheid van de vrouwen bij de B1 en C2, voor velen een reden is om niets meer voor de jeugd te willen doen. Dit schiet vooral de voorzitter totaal in het verkeerde keelgat en hij trekt dan ook fel van leer.

 'Ik begrijp niet hoe jullie en blijkbaar ook anderen dit durven te zeggen. Wij hebben echt iedereen binnen de club gevraagd om iets te gaan doen en werkelijk niemand wilde. Jullie zelf trouwens ook niet. We waren en zijn daarom nog steeds heel erg blij dat we de dames bereid hebben gevonden om iets te gaan doen en we zetten ze dus voor niemand aan de kant. Hebben jullie trouwens echt vervangers voor de vrouwen?'

 'We hebben mensen die zeggen iets te willen doen.'

 'Ja die ken ik ook, maar als het erop aankomt haken ze af met één of andere smoes. Weten jullie wat het probleem hier is? We hebben veel te veel mensen die alleen maar over anderen zeuren en zelf te beroerd zijn om ook maar iets te doen. Zelf zijn jullie trouwens weinig beter.'

 'Hoe bedoel je dat?'

 'Ik bedoel dat jullie nu wel een mooi rapport hebben gemaakt, maar zelf ook niet veel meer doen dan een beetje aan de bar zeuren over wat er volgens jullie allemaal anders moet binnen de club.'

 'Dat is  jouw mening.'

 'Ja, en ook het laatste dat ik hier zeg. Ik ben namelijk uitgepraat. De groeten.'

 Na een vergadering met het bestuur, waarin de voorzitter opnieuw zijn ongezouten mening laat horen, wordt er al snel niet meer over het 'vrijwilligersrapport' gesproken. Er verandert echter ook niets binnen de vereniging, maar dat is voor de technische commissie niet meer zo'n probleem. Hun vrijwilligers, waar een aantal dus geen verstand van voetbal heeft, lopen namelijk over van enthousiasme en dat is voor hen meer dan genoeg.