De jeugd weet niet alles beter

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Vorige week las ik via de bekende sociale media een boeiend verhaal. Een herkenbaar verhaal over hoe het er in het amateurvoetbal te veel aan toe gaat. Het verhaal was geschreven door Henk Doppenberg. Via Google was Henk Doppenberg snel gevonden en voor mij als liefhebber van het amateurvoetbal opende zich een speelgoedwinkel. Een speelgoedwinkel in de vorm van een website met o.a. fictieve voetbalverhalen die allemaal op de tegenwoordige tijd geplaatst kunnen worden. Ik besloot er een mailtje aan te wagen om in contact te komen met Henk die, zo bleek op zijn website www. henk-doppenberg.nl, ook een vijftiger bleek te zijn. Al snel kwam er antwoord op mijn vraag of Puurvoetbalonline zijn verhalen mocht publiceren waarbij bronvermelding een vanzelfsprekendheid was. Het antwoord van Henk was positief en vandaar dat ik met regelmaat een verhaal van Henk zal publiceren. Verhalen die allemaal letterlijk uit het 'voetbal' leven zijn gegrepen zoals ook deze met als titel: De jeugd weet niet alles beter …
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

'Hoi Harold. Kan ik je even spreken?'
'Zeker. Nu meteen?'
'Graag. Loop je even mee naar de andere kant van het veld. Daar staan we heerlijk in het zonnetje en is er niemand die mee kan luisteren.'
'Heb je iets spannends te vertellen dan?'
'Ik heb je alleen iets te vragen, maar dat hoor je zo.'
'Ik ben benieuwd.'

Als de mannen aan de overkant zijn, komt voorzitter Kees gelijk ter zake.
'Harold, we hebben een probleem. Steven stopt aan het einde van het seizoen als bestuurslid en daarom zoeken we iemand die de technische zaken van hem wil overnemen. Het is een behoorlijk zware functie, want hij doet zowel de jeugd als de senioren. Waarschijnlijk dat we daarom tot op heden nog niemand hebben kunnen vinden. Hoewel jij volgens ons eigenlijk wat te moderne ideeën voor onze vereniging hebt, hebben we daarom toch maar besloten om jou te vragen.'

Harold weet even niet wat hij moet zeggen, want hij is nogal overrompeld door de manier waarop de voorzitter hem net voor het bestuur heeft gevraagd. Zijn eerste gedachte is ook om vriendelijk voor de eer te bedanken. Als ze hem te modern vinden, nemen ze immers maar fijn een ander en verder vraagt hij zich af of het wel zin heeft om bestuurslid te worden. De andere bestuursleden schijnen namelijk nogal vastgeroest te zijn en de kans is dus klein dat hij als nieuweling een poot bij hen aan de grond krijgt. Ten eerste vanwege het enorme leeftijdsverschil, maar ten tweede ook vanwege het feit dat hij zich op ledenvergadering nogal eens heeft laten horen en dat was niet altijd positief.

Omdat het besturen hem wel een enorme uitdaging lijkt en hij niet alleen kritiek wil hebben, maar ook iets voor de vereniging wil doen, besluit hij echter toch om op het aanbod van de voorzitter in te gaan.
'Is het de bedoeling dat ik ook de technische zaken ga doen?'
'Ja.'
'Dan wil ik het wel doen.'
'Gelukkig man. Je maakt ons enorm blij, want we hebben al weet ik hoeveel mensen gevraagd en iedereen had weer een andere reden om het niet te doen. Wat dat betreft kun je echt merken dat de tijd veranderd is. Vroeger in onze tijd had je altijd vrijwilligers over, maar de jeugd van tegenwoordig zeurt alleen en doet verder niets.'
'Ik ben toch ook jong.'
'Jij zal wel een uitzondering zijn.'

Harold schiet in de lach, maar besluit er niet verder op door te gaan.
'Is het de bedoeling dat ik nu gelijk bij het bestuur kom of willen jullie wachten tot na de jaarvergadering?'
'Wat ons betreft begin je zo snel mogelijk, want dan heeft Steven tenminste nog mooi de tijd om je in te werken.'
'Is dat nodig?'
'Zeker. Tegenwoordig kijkt iedereen heel gemakkelijk tegen het besturen aan, maar zo eenvoudig is het echt niet. Vooral omdat de jongeren niets meer voor de club over hebben, ze bij het minste of geringste bedanken en naar een andere club gaan en het steeds moeilijker wordt om de juiste leiders en trainers te krijgen.'
'Je hebt het steeds over de jongeren, maar er zijn toch ook nog wel ouderen die wat kunnen doen?'
'Niet veel en die er zijn, willen niet met de jongeren samenwerken.'
'Waarom niet?'

De voorzitter strijkt een keer met zijn hand door zijn haar.
'Omdat die maar over één ding kunnen praten en dat is de boel veranderen. Wij hebben jaren leiding aan de club gegeven en volgens mij met heel veel succes, maar als ik de jongeren hoor praten deugt er niets van ons beleid. Nou, ze mogen het ons nadoen. Wij hebben het nu bijna zestien jaar met elkaar gedaan en ik weet zeker dat er nooit meer een bestuur bij de club zal komen die het langer met elkaar vol weten te houden.'
'Dat denk ik ook niet, maar dit komt ook wel omdat de mensen tegenwoordig ontzettend druk zijn.'
'Wij moesten overdag ook allemaal werken, hoor.'
'Weet ik wel, maar jullie leven was niet zo gejaagd.'
'Nee, omdat wij tevreden waren met wat we hadden en niet, zoals veel jongeren, steeds meer wilden.'

Onbewust slaakt Harold een diepe zucht en ineens vraagt hij zich af of zijn keuze voor het bestuur wel de juiste is geweest. Als ze allemaal zo denken als de voorzitter, zal het namelijk een hele toer worden om op een beetje normale manier met hen samen te werken. Hij besluit hier echter vooraf niet te veel over na te denken en het gesprek nu maar te beëindigen.
'Wanneer is de eerstvolgende vergadering?'
'Volgende week maandag.'
'Half acht?'
'Ja.'
'Dan ben ik er en praten we wel verder.'
'Afgesproken.'

Als Harold tegen zijn vrienden vertelt dat hij in het bestuur gaat, wordt hij door iedereen voor gek verklaard. Dit schrikt hem echter niet af, maar bezorgt hem juist een enorme wil om iets van zijn functie te maken. Hij heeft zich ook al een doel gesteld en dat is ervoor te zorgen dat er meer begrip en respect voor het bestuur komt. Niet voor zichzelf, maar puur voor de mensen die er al zitten. Hij vindt het namelijk ontzettend sneu, dat ze na al die jaren nu zoveel kritiek krijgen en de kans groot is dat ze over een tijdje of sneller uiteindelijk met een ontevreden gevoel stoppen met hun vrijwilligerswerk. Aan hun visie mag best getwijfeld worden, maar ze hebben ontelbare uren voor de vereniging klaargestaan en daarom verdienen ze dat gezeur van de laatste tijd zeker niet.

Harold heeft al een paar dagen bijna voortdurend aan zijn club gedacht en dan vooral aan de punten die in zijn ogen voor verbetering vatbaar zijn. Hoewel hij goed geluisterd heeft naar de voorzitter en niet zal proberen om alles in tijd van een paar weken te veranderen, besluit hij zijn mening echter niet voor zich te houden. Als hij de agendapunten bekijkt, blijken er ook wel een paar dingen op te staan waar hij iets over wil zeggen. Zeker als de voorzitter eerst zelf zijn zegje doet.

'Ik heb verleden week de jeugdvoorzitter gesproken en die heeft me gevraagd of alle pupillenteams volgend seizoen twee keer per week konden gaan trainen. Daarnaast wil hij Edward, Roelof en Klaas-Jan op onze kosten op een cursus pupillentrainer doen en heeft hij om allemaal nieuwe trainingsballen gevraagd. Ik vind het hele verhaal wat overdreven, maar wat vinden jullie? Steven, jij mag eerst. Jij bent tenslotte nog steeds de man van de technische zaken.'

'Nou voorzitter. Ik ben het helemaal met je eens. De kwaliteit van de ballen is niet optimaal, maar ze kunnen volgens mij nog best een seizoen mee. Tenminste het merendeel wel. De hele slechte kunnen we desnoods vervangen, maar dat zullen er niet veel zijn. Verder vraag ik me af waarom de heren ineens op cursus moeten. Ze hebben toch al jaren zonder diploma getraind en dat ging volgens mij meer dan goed. Afgelopen seizoen zijn er niet voor niets drie teams kampioen geworden. Plus dat het natuurlijk een behoorlijke kostenpost is.'
'Een kleine duizend euro. Dat geld is er wel, maar moeten dat hieraan besteden?'
'Ik vind van niet.'
'En wat vind je van dat twee keer per week trainen?'
'Niet doen, want dan moeten de kleedkamers en de kantine ook extra open en daar hebben we geen mensen voor. Zoveel vrijwilligers hebben we immers niet en de pupillen hebben trouwens nog nooit vaker dan één keer per week getraind.'
'Ik vind dat je gelijk hebt en wat vindt jij, Harold?'

Harold heeft de laatste paar minuten zoveel gehoord, dat hij eerst even na moet denken voor hij reageert.
'Ik vind het aan de ene kant erg beroerd om het bij het begin van mijn eerste vergadering al oneens te zijn met jullie. Die jeugdvoorzitter heeft namelijk helemaal gelijk. De ballen zijn bagger en ze hebben er veel te weinig. Elk kind moet een bal hebben om mee te trainen en nu zie ik ze bij de E en F met hooguit vier ballen per team.'
'Dat had men vroeger toch ook?'
'Klopt, maar toen trainde men heel anders. In mijn tijd deed je met tweetallen wat schiet-, kop- en ingooioefeningen, schoot je een paar ballen op goal en deed je partijtje. Daarom had je toen  per team aan een paar ballen genoeg. Nu probeert men de kinderen bewust wat te leren en heeft elke speler dus een bal nodig.'
'Jij vindt dus dat er tegenwoordig beter getraind wordt dan vroeger.'
'Eerlijk gezegd wel. Dat is trouwens geen verwijt aan de mensen die het altijd gedaan hebben, maar alleen een constatering.'

De voorzitter kijkt zijn mensen even één voor één aan en vervolgt dan zijn verhaal.
'Dan ben je er waarschijnlijk ook voor om die mannen op de cursus te doen.'
'Klopt. Ik zeg zeker niet dat ze het nu slecht doen, maar door die opleiding worden het absoluut betere trainers en dat is goed voor onze spelers en onze club. Tot slot ben ik er ook voor om met alle teams twee keer per week te gaan trainen. Ik weet namelijk zeker dat de spelertjes er beter door zullen worden, meer plezier in het voetbal zullen krijgen en langer op onze club zullen blijven.'
'Zijn ze nu dan niet goed genoeg?'
'Dat zeg ik niet, maar wij zijn er om de kinderen iets te leren en daar moet je goede trainers en ruimte om te trainen voor hebben. Die kampioenschappen waar net over gesproken werd, zeggen me trouwens niets. Die teams speelden namelijk allemaal veel te laag.'
'Waar baseer je dat op?'
'Op het feit dat ze bijna al hun wedstrijden met meer dan vijf doelpunten verschil hebben gewonnen. Ze hebben dus eigenlijk bijna geen moeite hoeven te doen om kampioen te worden en van zulke seizoenen leren ze trouwens ook zo goed als niets. Het klinkt misschien raar, maar volgens mij zijn ze er eerder slechter dan beter door gaan voetballen.'

Harold meent zijn verhaal heel duidelijk te hebben verteld, maar zijn collega Steven blijkt hem toch nog niet te begrijpen.
'We hebben met onze jeugdteams toch altijd zo laag gespeeld?'
'Klopt en daarom zijn er al veel goede voetballertjes vertrokken. Vooral de laatste jaren.'
'Dat komt volgens ons omdat er geen clubliefde meer bestaat.'
'Misschien ligt het daar ook wel een beetje aan, maar het komt vooral omdat de tijd is veranderd en we in een prestatiemaatschappij leven. De ouders praten erover en de kinderen horen van hun vriendjes dat Eemvogels veel hoger speelt en er regelmatig spelers van hen gevraagd worden door een profclub. Daarom willen zij daar ook heen, want bijna elke voetballer probeert tegenwoordig, samen met zijn of haar ouders, bewust om beter te worden. Puur voor de lol voetballen is bijna ouderwets.'
'Meen je dat?'
'Anders zei ik het niet. Ik zeg dit trouwens niet om onze club af te kraken, maar dit is gewoon de realiteit van tegenwoordig.'

De voorzitter lijkt het een moeilijk gesprek te vinden, want hij gaat steeds zorgelijker kijken.
'Jij vindt dus dat wij een prestatievereniging moeten worden.'
'We moeten de gemoedelijke cultuur van onze vereniging behouden, maar wel meer aan presteren gaan denken en daarom vind ik de gevraagde investeringen bij jeugd ook meer dan noodzakelijk. Als we zo door blijven gaan als nu, denk ik dat we steeds minder leden gaan krijgen en het op den duur niet meer lukt om ons hoofd boven water te houden. We zijn eigenlijk net een winkelier. Als die in zijn winkel niet met de tijd meegaat, lopen zijn klanten weg en als wij ouderwets blijven denken, lopen onze leden weg.'
'Hoewel ik je verhaal niet helemaal kan volgen, krijg ik wel steeds meer het gevoel dat je gelijk hebt. Omdat ik alle vertrouwen in je heb, stel ik daarom voor om toch maar te doen wat onze jeugdvoorzitter vroeg. Zijn jullie het daarmee eens?'

Als iedereen knikt, gaat de voorzitter verder met het volgende punt.
'Dan de betrokkenheid van onze leden. Harold had het net over onze gemoedelijke cultuur, maar ik vind de sfeer lang niet meer wat het geweest is en vraag me af wat we daaraan moeten doen.'
'Wat bedoel je precies, Kees. Het is vanavond mijn eerste vergadering en weet dus niet goed waar je het over hebt. Van de buitenkant lijkt er namelijk niets te zijn veranderd.'
'Ik doel als eerste op de betrokkenheid van de leden. Vroeger kwam men zich bijna aanmelden als je mensen nodig hebt, maar nu kun je het op de website zetten, iedereen benaderen via e-mail of facebook, een artikel in het clubblad plaatsen en er komt ineens niemand meer op af.'
'Sinds wanneer vragen jullie de mensen niet meer persoonlijk?'
'Na de jaarvergadering van twee jaar geleden. Toen werd ons namelijk verweten dat we ouderwets waren en vond men dat we veel meer digitaal moesten gaan doen.'

Harold laat even een kleine stilte vallen voor hij verder praat.
'Ik ben vanwege ziekte niet op die bewuste jaarvergadering geweest en vind dat de mensen voor een deel wel gelijk hebben. Via mail en internet kun je namelijk heel snel en gemakkelijk informatie doorgeven. Mensen benaderen via e-mail, website en clubblad werkt volgens mij echter niet.'
'Zie, dat vonden wij ook al. Omdat we niet steeds voor een stelletje ouderwetse dommeriken uitgemaakt wilden worden, zijn we het echter toch maar gaan doen.'
'Volgens mij moeten we daar direct weer mee stoppen en op jullie oude vertrouwde voet verder gaan. Een e-mail met een vraag om hulp kunnen ze namelijk wegklikken en door een artikel in het clubblad of op de site voelt men zich ook niet aangesproken. Als je iemand persoonlijk benadert, krijgen ze ten eerste veel meer het gevoel dat je ze echt nodig hebt, ten tweede zijn er ook veel mensen die gewoon geen 'nee' kunnen en durven zeggen en tot slot zijn er nog genoeg mensen die van een persoonlijke benadering houden. We moeten denk ik wel zakelijk denken, maar ons niet als zaak gaan gedragen.'
'Is iedereen het ermee eens dat we het weer gaan doen zoals Harold net zei?'
DeOmdat iedereen zwijgt, gaat de voorzitter verder met de volgende punten. Die geven echter veel minder gesprekstof en daarom sluit de voorzitter om een paar minuten over tien de vergadering met een speciaal woordje voor Harold.
'Je was er vanavond voor het eerst en je mag best weten dat we nogal tegen je komst opzagen, want je bent wel iemand met een duidelijke mening en dat hebben we ook vanavond weer kunnen ervaren. Gelukkig ben je niet iemand gebleken die ineens alles op zijn kop wil zetten en ik ben vooral heel blij, dat we vanaf nu niet alles meer per mail doen en weer kiezen voor de persoonlijke benadering. Het klinkt misschien kinderachtig, maar ik heb door jou het gevoel gekregen dat we het toch niet allemaal zo verkeerd hebben gedaan en daar ben ik ontzettend blij mee.'

Harold had deze woorden van de voorzitter niet verwacht en voelt dat hij ook wat terug moet zeggen.
'Het lijkt misschien op slijmen wat ik nu ga doen, maar zo is het echt niet bedoeld. Ik vind jullie namelijk helemaal niet zo ouderwets en vind het top dat jullie akkoord zijn gegaan met de wensen van het jeugdbestuur. We moeten vanaf nu ook niet meer denken aan oud en jong. Jullie zijn ervaren en ik kan daarom heel veel van jullie leren en ik ben jong en hoop dat jullie wat aan mijn frisse en moderne ideeën zullen hebben. Als we respect voor elkaars mening blijven houden en het samen willen doen, wordt het echt een succes.'
'Je hebt volkomen gelijk, Harold en ik denk niet dat er nog iemand is die iets aan je mooie woorden toe heeft te voegen.'