Pesten...

Geschreven door Henk Doppenberg op . Geplaatst in Columns

Vorige week las ik via de bekende sociale media een boeiend verhaal. Een herkenbaar verhaal over hoe het er helaas in het amateurvoetbal te veel aan toe gaat. Het verhaal was geschreven door Henk Doppenberg. Via Google was Henk Doppenberg snel gevonden en voor mij als liefhebber van het amateurvoetbal opende zich een speelgoedwinkel. Een speelgoedwinkel in de vorm van een website met o.a. fictieve voetbalverhalen die allemaal op de tegenwoordige tijd geplaatst kunnen worden. Ik besloot er een mailtje aan te wagen om in contact te komen met Henk die, zo bleek op zijn website www. henk-doppenberg.nl, ook een vijftiger bleek te zijn. Al snel kwam er antwoord op mijn vraag of Puurvoetbalonline zijn verhalen mocht publiceren waarbij bronvermelding een vanzelfsprekendheid was. Het antwoord van Henk was positief en vandaar dat ik met regelmaat een verhaal van Henk zal publiceren. Verhalen die allemaal letterlijk uit het 'voetbal' leven zijn gegrepen zoals ook deze met als titel: Pesten
Profielfoto van Henk Doppenbergwww.henk-doppenberg.nl

'Gert, het is al bijna half tien hoor. Je moet naar het voetbalveld.'
 'Ik ga niet.'
 'Wat dan? Ben je ziek?'
 'Nee.'
 'Wat is er dan aan de hand?'
 'Niets.'
 'Dat geloof ik niet.'
 Liesbeth loopt naar boven, waar ze haar zoontje met een betraand gezicht op de rand van zijn bed ziet zitten.
 'Wat is er met je joh?'
 'Niets, zei ik toch.'
 'Kom Gert. Je huilt niet zomaar.'
 Als Liesbeth naast de jongen gaat zitten en haar arm om hem heen slaat, begint hij opnieuw te huilen en komt het verhaal er na een paar minuten met horten en stoten uit.
 'De jongens pesten me.'
 'Wie?'
 'John, Timo, Rutger en Paul.'
Hoewel Liesbeth enorm schrikt, probeert ze zo rustig mogelijk te blijven.
'Joh. Doen ze dat al lang?'
'Ja, al een paar weken.'
'Was daarom verleden week je fiets kapot en je broek zo vies?'
'Ja.'
'Waarmee plagen ze je dan?'
'Ze zeggen steeds dat ik op een stomme school zit en gaan me elke keer schoppen en slaan. Vorige week wilden ze me zelfs met mijn kleren aan onder de douche zetten, maar toen kon ik nog net wegkomen.'
Als de jongen opnieuw begint te huilen, drukt Liesbeth hem vol medelijden tegen zich aan en denkt ze koortsachtig na wat ze nu het beste kan doen.
'Eigenlijk moet je wel gaan voetballen, want je vindt het juist zo leuk.'
 'Ik vind het ook prachtig, maar die jongens verprutsen alles.'
 'Zal ik met je meegaan naar het voetbalveld en daar even met je leider praten?'
'Heel graag.'
Door de wetenschap dat zijn moeder hem gaat helpen, klaart Gert weer helemaal op en daarom loopt hij tien minuten later vrij opgeruimd met Liesbeth het veld van DBC op. Daar staat zijn leider al op hem te wachten.
'Ha jongen. Wat ben je laat?'
 'Ja, hij wilde eerst niet gaan.'
 'Wat dan?'
 'Paul, Tim, John en Rutger blijken hem al een paar weken te pesten en is hij ook door hen geschopt en geslagen. Afgelopen week kwam hij zelfs met een kapotte fiets en vieze kleren thuis. Volgens Gert roepen ze steeds dat hij op een stomme school zit.'
 'Aan dat gedoe moet meteen een einde komen, want dit kan zo niet. Daarom zal ik Piet van het jeugdbestuur even vragen of hij me vandaag kan vervangen, zodat jij en ik met de ouders van die vier knapen kunnen praten. Ga jij maar naar de kleedkamer Gert. Voor pesterijen hoef je niet bang meer te zijn, want dat is met ingang van nu voorbij.'
Liesbeth is ontzettend blij dat de leider het probleem gelijk wil oplossen, maar die vreugde is snel voorbij. Als ze in de bestuurskamer het verhaal aan de andere ouders heeft verteld, is er namelijk maar één vader die reageert en nog wel bijzonder negatief ook. 'Ik begrijp uw probleem mevrouw Jacobsen, maar wat kunnen wij daar aan doen?'
 'Dat lijkt me heel gemakkelijk. Jullie kunnen je kinderen vertellen dat het laf is om samen één andere jongen te plagen en ze verbieden om dat ooit nog weer te doen.'
'En denkt u dat zoiets helpt?'
 'Als ik mijn zoon iets verbied, dan doet hij dat meestal niet meer.'
 'Dan is uw zoontje  een braaf zoontje en misschien is dat wel de reden van alle pesterijen. Je moet die jongen gewoon leren dat hij wat meer van zich af bijt, dan is het probleem zo opgelost. Als ze hem slaan en hij slaat terug, is er na één keer niets meer aan de hand.'
Het blijft even stil, want Liesbeth is zo geschrokken van de man zijn reactie dat ze een paar momenten nodig heeft om te herstellen. Als alles goed tot haar doorgedrongen is en ze aanstalten maakt om op te staan, beduidt de leider echter dat ze moet blijven zitten. 'Meneer Siersma, ik schrik enorm van uw woorden en eigenlijk nog meer van het feit dat er niemand is die hierop reageert. Dat is voor mij namelijk een teken dat jullie er allemaal hetzelfde over denken en daar baal ik goed van. Ik wil jullie er echter op wijzen, dat we hier bij de club absoluut niet tolereren dat er kinderen gepest worden. Als ik hier dus één van mijn spelers op betrap, staat hem een flinke schorsing te wachten.’ 
 'Dan gaan ze toch lekker naar een andere club.'
 'Dat is  uw keuze meneer Siersma. Laten we dit gesprek echter maar beëindigen, want op deze manier heeft dat verder geen zin. We weten elkaars  mening en dat lijkt me tot op heden meer dan voldoende.'
Als de ouders naar het veld lopen, blijven Liesbeth en de leider enorm teleurgesteld achter. 'We kunnen er hier binnen de club op letten dat Gert niet meer gepest wordt en ik kan er in het team een keer over praten, maar veel meer is er door de vereniging niet aan te doen.'
 'Dat begrijp ik en ik waardeer heel erg dat je het probleem op hebt proberen te lossen. Mijn man en ik zullen er thuis met Gert over praten en misschien moet hij ook wel wat meer van zich afbijten. Al vind ik dat absoluut geen oplossing. Als we de kinderen gaan leren dat ze problemen met geweld op moeten lossen, is het einde volgens mij namelijk zoek.’
 'Dat ben ik met u eens, mevrouw.'
 Thuis vertelt Liesbeth haar man en zoon uitgebreid hoe het gesprek met de andere ouders is verlopen en dit maakt een behoorlijke indruk op de beide heren. Vooral Gert komt er nog diverse keren op terug, maar halverwege de zondag lijkt hij het probleem langzaam te vergeten. Tot verbazing van zijn ouders, lijkt er na tijdje zelfs helemaal niets meer met hem aan de hand. Ook de volgende dagen niet en 's woensdagsavonds gaat hij zelfs zingend naar de training. 
Hoewel zijn ouders hierdoor niets meer van hun zoon begrijpen, zijn ze wel dolgelukkig dat het pestprobleem opgelost lijkt te zijn. Totdat ze tegen half acht allemaal sirenes horen en er even later politie op de stoep staat. Als de agenten vertellen waar ze voor komen, blijkt dat Gert de woorden van zijn vader en moeder wat verkeerd heeft opgevat. Toen ze hem weer begonnen te pesten, heeft hij namelijk een staaf ijzer uit zijn tas gehaald en daarmee één van de jongens op zijn hoofd geslagen. Zo erg zelfs, dat er voor het leven van de knaap wordt gevreesd.